Of Buddha. Whatever tickles your fancy, zoals de Fransen zeggen, als ze Engels zouden spreken.
Ooit, in de verre jaren zeventig, had je in Rotterdam een winkel in exotica. Wierook, tapijtjes, ivoren olifanten, prullerige juwelen, veel geglitter en geblink.
Tegenwoordig staat er een arme Nigeriaan mee op een tapijtje op de braderie.
Maar toen. Toen was het allemaal nog héél wat. En als je daar als tienjarige door je vader mee naar toe werd genomen dan was je zaterdag weer goed. Want wat je daar allemaal niet zag… Dat kenden we alleen van speelfilms in het Victoriatheater op de woensdagmiddag. Van Tarzan. En van Jungle Jim. Waar échte blonde blanke helden het opnamen tegen hele woeste negerstammen.
Maar in de jaren zeventig was ik wijzer geworden. En vooral hipper. En hip was Oosters. De Vereenigde Wijsheid Van Conimex; zoiets.
Mijn vader wou me een aardigheidje kado doen. Dus ik vroeg bij Van Veen om een Boeddha. Of Buddha. Dat was hip.
En nu staat de bolle beer op m’n werkkamer. En altijd als ik ‘m zie denk ik weer aan die zaterdagen.