
De geitenkaasboer heeft ze allemaal op een rijtje. Keurig netjes, op leeftijd gestapeld, en van rechts naar links. In slagorde van leeftijd.
De oudste bovenin links. De jongste onderin rechts. Van daaruit verder naar de planken op de vriescel. Daarna verder stapelen op het losse rek. En als je ze dan niet meer kwijt kunt moet je er maar meer gaan verkopen.
Hij droomt van een nieuwe kaaskelder, vertelt de geitenkaasboer. Vanuit het melkschuurtje een trapje af, en hop een koele kelder in. Daar liggen dan de kazen te rijpen. Dan kan hij meer kazen kwijt, en meer kazen verkopen. Dan mag de kudde ook wat groter. Maar ja, dan moet hij ook meer wei kwijt, en dan moeten er meer varkens bij. En meer varkens is meer vlees, dus ook een grotere vriescel.
Jajaja, knik ik begrijpend. Maar ook meer diervriendelijk gekweekte karbonaadjes en speklapjes, denk ik gulzig. “Gaat er dit jaar nog een bokje of wat overblijven voor de slacht?” vraag ik op onschuldige toon….