Het is welbekend, ik heb wat met koeien.
Niet alleen op m´n bord, hoewel ik ze daar graag in onderdelen tegenkom.
Maar ook als landschappelijk element, om het maar eens zo uit te drukken.
Ze staan, letterlijk vaak, mooi in het land. Een weiland voelt pas compleet als er koeien in staan. Zo´n weiland met vol, vet donkergroen gras. Met veel kruiden en klaver erin. Je krijgt er soms bijna trek in, een lekkere hap weiland.
En daar mag ik graag een koe in zien.
Het zijn ook fijne gesprekspartners. Ik heb nogal eens een goed gesprek met zo´n dame. Ze zijn érg nieuwsgierig, en ze luisteren graag. Rond het hek drommen ze om je heen, kijken je aandachtig aan, en drinken je woorden in. Ze kijken je nadenkend aan, knikken eens, en hebben dan zo´n oogopslag van “ga verder, ga verder…”.
Ik loop er altijd voldaan van weg. Ik ben m’n ei kwijt, ik heb weer eens hardop kunnen nadenken, en de stille bevestiging van m’n eigen gelijk door de dames doet me op dat moment groot genoegen.
Bij wijze van afscheid mag ze dan uiteraard even een vingersabbel doen.
Daar heeft zo’n koe dan weer plezier in.
Koeien, ik wil er geen kwaad woord over horen.
Niet één!