Het was aan het eind van de jaren zeventig. Vrijdagavond en zaterdagmiddag werkte ik in een boekwinkeltje. Zakcentje bijverdienen.
Muziek mocht niet in het winkeltje. Geen herrie hier, het is een boekwinkel, dat weet je toch!
Ik wist het.
Uiteindelijk mocht er toch af en toe wel eens een stukje radio aan. Maar wel gesproken woord. Dat was intellectueel genoeg om verantwoord te zijn. En dus zat ik zaterdagmiddag te hannesen met de zenderknop om een passend geluid te vinden, passend in de intellectuele boekenwinkel.
Op een zekere zaterdagmiddag vond ik BBC Radio Four. Of was het BBC Worldservice? Ik kan het me niet meer herinneren. Maar wat ik nooit zal vergeten is het programma dat ik hoorde: Dad’s Army. Natuurlijk kende ik het tv programma “Daar Komen De Schutters”. Maar dit was nieuw. Drama, of liever comedy, op de radio?
Ik was voorgoed verloren. Later volgden de grote helden van de Britse radiocomedy. The Goon Show, met Peter Sellers. Kenneth Horne. Tony Hancock.
Maar het was allemaal begonnen met Dad’s Army. En na jaren van langspeelplaten, cassettebandjes en uiteindelijk mp3-tjes zit ik nu de ouwe zwartwit afleveringen van de televisieserie te downloaden. De ongehaaste, pretentieloze humor. De onmiddellijke herkenning, van het conflict tussen pompeusheid en boerenverstand. De stille charme van een klein Engels dorp.
Het enige dat ik wilde was wat muziek in een boekwinkel.
Ik kreeg een verslaving voor het leven.
Stupid boy.