Ooit was er in mijn bos een paadje. Paadje met de boom.
Bospaadjes hebben geen straatnaam, geen bordjes. Maar dit paadje had een naam. Vrouw en ik geven bospaadjes namen, omdat dat wat makkelijker uitlegt waar je geweest bent. Paadje met de boom is daar één van.
Paadje met de boom werd zo genoemd omdat er halverwege het paadje, en dwars over het paadje een nog net niet omgevallen boom hing.
Boom was ooit gesneuveld tijdens een oerstorm, toen vrouw en ik er nog niet waren. In ieder geval nog niet in dit bos. Boom hield dapper vol, en boom leunde op een vriendelijk jonger exemplaar, die dat nog wel een tijdje kon volhouden.
Boom was voor ons altijd een feest der herkenning. En ook een voorwerp van plezier. Want altijd als ik over het paadje met de boom liep, maakte ik een foto. Nou ja, altijd… ik heb in ieder geval veel foto’s van paadje met de boom. In de herfst. ’s Zomers. Lente, winter. In de sneeuw, de regen, de zon. Droog, nat, stoffig, verwaaid….
In bij de grote opruiming van het bos is nu ook boom gesneuveld. Hij is niet meer. Moedig bleef boom al die jaren overeind, tot dat monster hem te pakken kreeg. Boom is niet meer. Boom ligt, en wacht tot hij langs het treintje wordt afgevoerd. Arme boom.
En hoe leg ik voortaan uit waar ik was, op mijn wandeling door het bos? “Ik ben over het paadje met de boom zonder boom geweest”? Klinkt niet echt. Paadje zonder boom, dat zal het voortaan moeten worden. Een langdurige herinnering aan boom, en aan de sloop van boom.

Arme boom.